Bandentips – Ghia Varia 045, pag. 23

Geplaatst op

klik hier hier voor de Ghia Varia’s (wel eerst inloggen)

Bandentips

• Monteer altijd banden van hetzelfde type op één as.
• Controleer regelmatig (elke twee, drie weken is mooi) de bandenspanning; meet altijd in koude toestand en vergeet de reserveband niet.

• Let op of het loopvlak gelijkmatig is gesleten; ongelijk afslijten is een indicatie dat de wielen. niet goed sporen.

• Houdt de door de fabrikant voorgeschreven spanning aan; te zachte banden geven zwabberend weggedrag en leiden tot snellere slijtage aan de randen van het loopvlak, te harde banden gaan ten koste van het rijcomfort en leveren een snellere slijtage op van het midden van het loopvlak;

• De uitzondering is als· u in de sneeuw rijdt. Met een wat hogere druk in de banden is de auto dan op gladde wegen beter onder controle te houden.
• De minimumdiepte van het profiel is niet uitsluitend een kwestie van wat de wet voorschrijft; bij rijden in de sneeuw is bijvoorbeeld een profieldiepte van vier millimeter eigenlijk al te weinig om de wielen voldoende grip te laten hebben.

• Staat uw klassieker geruime tijd stil, bok hem dan op; langdurig met de banden in dezelfde positie laten staan
levert platte kanten op en kan u een nieuwe set banden kosten. D.w.z. de moer die op de dynamosteun staat een aantal slagen los draaien, zodat de flensbevestiging spanningsloos op de uitlaat kan worden aangesloten.

• Rijdt nooit door op een leeggelopen band; dat veroorzaakt een aanzienlijke warmteontwikkeling in de band waardoor het koordweefsel los komt te liggen en het karkas van de band vernield wordt.

• Moet u een trottoirband oprijden (beter is dat nooit te doen), doe dat dan zo langzaam mogelijk; een paar keer een hard contact kan het koordweefsel plaatselijk doen. breken en dat betekent het einde van de band.

Hoogte en breedte

• Vroeger waren banden even breed als ze hoog waren (gemeten· van loopvlak tot velg). In de loop der jaren werden de banden steeds breder ten opzichte van de hoogte. In 1976 verschenen radiaalbanden waarbij de hoogte 70% van de breedte bedroeg en daaruit ontstond het begrip ’70-serie’ banden.

Inmiddels zijn er banden met hoogte breedte verhoudingen van 65, 60, 55 en 45%. U vindt dat terug in de maataanduiding, bijvoorbeeld 175/70 R15. Overigens, bij een standaardradiaalband Is de hoogte-breedteverhouding 82%, wat niet in de band aanduiding is weergegeven; hebt u dus een radiaalband zonder een /70, /60 of dergelijke aanduiding in de bandmaat, dan is het een standaardradiaalband.

Welnu, dat was het verhaal wel zo’n beetje en andere leden, die net zo’n probleem hebben hoop ik er een beetje mee geholpen te hebben.
Groetjes Jan van Weefden

Geef een reactie