Banden – Ghia Varia 017, pag. 28

Geplaatst op

klik hier hier voor de Ghia Varia’s (wel eerst inloggen)

Banden …

Banden vormen het enige contactvlak tussen uw auto en het wegdek. De totale oppervlakte is dus slechts vier bierviltjes! En daarop moet van alles gebeuren.
Banden dragen zorg voor het overbrengen van vermogen, beremming, besturing en vermogen. Veiligheid, rijcomfort, brandstofverbruik en levensduur worden sterk door de banden en hun onderhoud bepaald. Goede banden en deskundig banden-
onderhoud zijn dus van levensbelang voor u en uw passagiers. Het enige dat u hoeft te doen is regelmatig de band te laten inspecteren op profieldiepte spanning, beschadiging en slijtage. De bandenspecialist verricht deze inspectie graag voor u. Daarnaast kunt u zelf eenvoudig enkele bandentips in acht nemen. Het is verstandig de bandenspanning zelf regelmatig te controleren. Dit kost echt niet veel moeite en biedt grote voordelen.
Een onderspanning van bijvoorbeeld 20% betekent al snel een verlaging van de levensduur met wel 25% en een verhoging van uw brandstofverbruik van 2%. Er zijn alleen enkele spelregels verbonden aan het controleren en corrigeren van uw
bandenspanning, ongeacht merk, maat of type. Wij geven u graag de belangrijkste.

• Controleer uw bandenspanning regelmatig.

Bandenspanning dient ‘koud’ gemeten te worden.

• Dit betekent dat er minder dan drie kilometer gereden mag zijn als u de bandenspanning gaat meten. Banden worden tijdens het rijden namelijk warm. Dit is normaal. De spanning loopt tijdens het rijden op met ca. 0,2 a 0,3 bar (20 tot 30kPa).
• De aanbevolen bandenspanning voor uw auto (deze verschilt per type) vindt u terug in of aan uw auto: instructieboekje, het handschoenenkastje of tankdeksel klepje.

• Kunt u de aanbevolen bandenspanning niet terugvinden dan kan uw bandenspecialist u informeren.

• Er is een spanning voor normaal weggebruik en een hogere spanning voor gebruik autosnelweg, respectievelijk in beladen toestand.
• Laat NOOIT spanning teruglopen, maar corrigeer banden op een as tot een gelijke waarde.

• Bij het meten van een sterk afwijkende onderspanning, controleer dan de band op eventueel aanwezige inrijdingen en beschadigingen, bijvoor-beeld een spijker. Verwijder deze nooit zelf, maar roep hulp in van uw bandenspecialist.

• In geen geval dient deze band bijgepompt te worden.

Dit is LEVENSGEVAARLIJK!

Controleer uw reserveband (ook als deze wat moeilijker bereikbaar is) gelijktijdig met uw andere banden en pomp deze op tot de hoogste adviesspanning die bij de auto hoort (dit is meestal 3 atm.)
• Zorg dat het ventiel voorzien is van een ventiel- of stofdopje. Deze verzorgt de laatste, noodzakelijke afdichting.

Profieldiepte: minimaal 1,6 mm

In Nederland en de meeste Europese landen geldt een wettelijke minimum profieldiepte van 1,6 mm. In veel omstandigheden is een grotere profieldiepte (2 a 3 mm) aan te raden voor betere rijeigenschappen en grotere veiligheid. Dat vinden niet alleen de bandendeskundigen, maar ook consumenten- en verkeersveiligheidsorganisaties. Door uzelf is de profieldiepte te controleren door de slijtageindicatoren te bekijken. Deze zijn op zes plaatsen in het loopvlak aangebracht en zijn herkenbaar aan een teken op de wang (b.v. TWI) Als de slijtage-indicator gelijk ligt met het profiel dan moet de band onmiddellijk vervangen worden. Let ook op ongelijkmatige slijtage van het loopvlak.

Raadpleeg in dat geval uw bandenspecialist voor het analyseren van de oorzaak en het realiseren van de noodzakelijke oplossingen.

Met een goed profiel meer veiligheid
De profieldiepte van de band is onder meer van invloed op de zogeheten water-afvoercapaciteit. Bij een nat wegdek geldt: hoe meer profiel hoe meer en hoe beter water afgevoerd wordt. Dit is natuurlijk van belang voor de grip op de weg en de lengte van de remweg. Wat dit betekent voor de veiligheid van u, uw passagiers en uw medeweggebruikers laat zich raden. Laat daarom uw banden op tijd vervangen.

Dick Snel

 

Geef een reactie